Economie in oorlogstijd
De vestingstad floreerde in oorlogstijd, dan bloeide de handel op. De burgers hadden extra inkomsten door het inkwartieren van soldaten. Vrede betekende armoede en verpaupering door gemis aan inkomsten.
Het grootste deel van de bevolking had haar financiële inkomsten dankzij de militairen. De meeste inwoners hadden militairen ingekwartierd en ontvingen hiervoor kwartiergeld. Er waren talloze kleine bedrijfjes die voor het garnizoen werkten zoals onder andere zadelmakers, wagenmakers, naaiateliers voor uniformen en petten, enz.
Er waren handelaren die zorgden voor vlees voor de militairen en voor hooi en stro voor de paarden. Er waren eenentwintig biertapperijen en herbergiers, achttien brandewijnverkopers, vijfentwintig grossiers in drank, vijfendertig koffieverkopers en tweëntwintig theeverkopers. De militairen hadden een belangrijk aandeel in de economie van Heusden.
Rampspoed en ziekte
Heusden is in haar geschiedenis geteisterd door verschillende rampen en meerdere keren werd Heusden getroffen door de pest. In 1572 werden vele huizen, het stadhuis en de Catharinakerk in de as gelegd door een grote stadsbrand en in 1680 sloeg de bliksem in de kruitopslag van het kasteel en veranderde het kasteel en een kwart van de stad in een ruïne.
De meest tragische tegenslag in de geschiedenis van Heusden vond plaats tijdens de Tweede Wereldoorlog op 4 november 1944. Terugtrekkende Duitse troepen bliezen de R.K kerk op, de toren van de N.H. kerk en het stadhuis. Honderdvierendertig mensen kwamen daarbij om het leven. De Stadhuisramp wordt nog ieder jaar herdacht.
|